NL: grijnzenSynoniemen: glimlachen, grimassen, meesmuilen, trekkebekken, sneren
DE: grinsen, feixen
EN: grin, smirk, sneer
FR: grimacer, rire sardonique
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegrijnsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik grijns jij grijnst hij grijnst wij grijnzen jullie grijnzen zij grijnzen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegrijnsd jij hebt gegrijnsd hij heeft gegrijnsd wij hebben gegrijnsd jullie hebben gegrijnsd zij hebben gegrijnsd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik grijnsde jij grijnsde hij grijnsde wij grijnsden jullie grijnsden zij grijnsden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegrijnsd jij had gegrijnsd hij had gegrijnsd wij hadden gegrijnsd jullie hadden gegrijnsd zij hadden gegrijnsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal grijnzen jij zult grijnzen hij zal grijnzen wij zullen grijnzen jullie zullen grijnzen zij zullen grijnzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegrijnsd hebben jij zult gegrijnsd hebben hij zal gegrijnsd hebben wij zullen gegrijnsd hebben jullie zullen gegrijnsd hebben zij zullen gegrijnsd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou grijnzen jij zou grijnzen hij zou grijnzen wij zouden grijnzen jullie zouden grijnzen zij zouden grijnzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegrijnsd hebben jij zou gegrijnsd hebben hij zou gegrijnsd hebben wij zouden gegrijnsd hebben jullie zouden gegrijnsd hebben zij zouden gegrijnsd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
grijns
|