NL: greineren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegreineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik greineer jij greineert hij greineert wij greineren jullie greineren zij greineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegreineerd jij hebt gegreineerd hij heeft gegreineerd wij hebben gegreineerd jullie hebben gegreineerd zij hebben gegreineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik greineerde jij greineerde hij greineerde wij greineerden jullie greineerden zij greineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegreineerd jij had gegreineerd hij had gegreineerd wij hadden gegreineerd jullie hadden gegreineerd zij hadden gegreineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal greineren jij zult greineren hij zal greineren wij zullen greineren jullie zullen greineren zij zullen greineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegreineerd hebben jij zult gegreineerd hebben hij zal gegreineerd hebben wij zullen gegreineerd hebben jullie zullen gegreineerd hebben zij zullen gegreineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou greineren jij zou greineren hij zou greineren wij zouden greineren jullie zouden greineren zij zouden greineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegreineerd hebben jij zou gegreineerd hebben hij zou gegreineerd hebben wij zouden gegreineerd hebben jullie zouden gegreineerd hebben zij zouden gegreineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
greineer
|