NL: graaienSynoniemen: grabbelen, snuffelen, wegkapen, snaaien, pikken, jatten, grissen, grijpen, rommelen
EN: grabble
ES: agarrar, pillar, hurgar
FR: fouiller, fureter, fouiner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik graai jij graait hij graait wij graaien jullie graaien zij graaien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegraaid jij hebt gegraaid hij heeft gegraaid wij hebben gegraaid jullie hebben gegraaid zij hebben gegraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik graaide jij graaide hij graaide wij graaiden jullie graaiden zij graaiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegraaid jij had gegraaid hij had gegraaid wij hadden gegraaid jullie hadden gegraaid zij hadden gegraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal graaien jij zult graaien hij zal graaien wij zullen graaien jullie zullen graaien zij zullen graaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegraaid hebben jij zult gegraaid hebben hij zal gegraaid hebben wij zullen gegraaid hebben jullie zullen gegraaid hebben zij zullen gegraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou graaien jij zou graaien hij zou graaien wij zouden graaien jullie zouden graaien zij zouden graaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegraaid hebben jij zou gegraaid hebben hij zou gegraaid hebben wij zouden gegraaid hebben jullie zouden gegraaid hebben zij zouden gegraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
graai
|