NL: golvenSynoniemen: deinen, fluctueren, pulseren, baar, zee
DE: strömen, wellenförmig, fließen
EN: wave, undulate, flow, gush
ES: ondear, rizar, borbotear por, ondularse, borbotear de
FR: onduler, ruisseler, gicler, ondoyer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegolfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik golf jij golft hij golft wij golven jullie golven zij golven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegolfd jij hebt gegolfd hij heeft gegolfd wij hebben gegolfd jullie hebben gegolfd zij hebben gegolfd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik golfde jij golfde hij golfde wij golfden jullie golfden zij golfden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegolfd jij had gegolfd hij had gegolfd wij hadden gegolfd jullie hadden gegolfd zij hadden gegolfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal golven jij zult golven hij zal golven wij zullen golven jullie zullen golven zij zullen golven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegolfd hebben jij zult gegolfd hebben hij zal gegolfd hebben wij zullen gegolfd hebben jullie zullen gegolfd hebben zij zullen gegolfd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou golven jij zou golven hij zou golven wij zouden golven jullie zouden golven zij zouden golven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegolfd hebben jij zou gegolfd hebben hij zou gegolfd hebben wij zouden gegolfd hebben jullie zouden gegolfd hebben zij zouden gegolfd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
golf
|