NL: goedmakenSynoniemen: bijleggen, bijspijkeren, compenseren, herstellen, rechttrekken, rechtzetten, repareren, verbeteren, vergoeden, renoveren, herzien, corrigeren, bijwerken, beteren, inhalen, rechtstrijken, maken, fiksen
DE: gutmachen
EN: rectify, put straight, fix, correct, set right, make good
ES: corregir, rectificar, poner recto
FR: redresser, réparer, se racheter, résoudre un malentendu
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
goedgemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik maak goed jij maakt goed hij maakt goed wij maken goed jullie maken goed zij maken goed
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb goedgemaakt jij hebt goedgemaakt hij heeft goedgemaakt wij hebben goedgemaakt jullie hebben goedgemaakt zij hebben goedgemaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik maakte goed jij maakte goed hij maakte goed wij maakten goed jullie maakten goed zij maakten goed
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had goedgemaakt jij had goedgemaakt hij had goedgemaakt wij hadden goedgemaakt jullie hadden goedgemaakt zij hadden goedgemaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal goedmaken jij zult goedmaken hij zal goedmaken wij zullen goedmaken jullie zullen goedmaken zij zullen goedmaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal goedgemaakt hebben jij zult goedgemaakt hebben hij zal goedgemaakt hebben wij zullen goedgemaakt hebben jullie zullen goedgemaakt hebben zij zullen goedgemaakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou goedmaken jij zou goedmaken hij zou goedmaken wij zouden goedmaken jullie zouden goedmaken zij zouden goedmaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou goedgemaakt hebben jij zou goedgemaakt hebben hij zou goedgemaakt hebben wij zouden goedgemaakt hebben jullie zouden goedgemaakt hebben zij zouden goedgemaakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
maak goed
|