NL: glunderenSynoniemen: glimlachen
EN: radiate, beam, shine
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geglunderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik glunder jij glundert hij glundert wij glunderen jullie glunderen zij glunderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geglunderd jij hebt geglunderd hij heeft geglunderd wij hebben geglunderd jullie hebben geglunderd zij hebben geglunderd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik glunderde jij glunderde hij glunderde wij glunderden jullie glunderden zij glunderden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geglunderd jij had geglunderd hij had geglunderd wij hadden geglunderd jullie hadden geglunderd zij hadden geglunderd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal glunderen jij zult glunderen hij zal glunderen wij zullen glunderen jullie zullen glunderen zij zullen glunderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geglunderd hebben jij zult geglunderd hebben hij zal geglunderd hebben wij zullen geglunderd hebben jullie zullen geglunderd hebben zij zullen geglunderd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou glunderen jij zou glunderen hij zou glunderen wij zouden glunderen jullie zouden glunderen zij zouden glunderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geglunderd hebben jij zou geglunderd hebben hij zou geglunderd hebben wij zouden geglunderd hebben jullie zouden geglunderd hebben zij zouden geglunderd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
glunder
|