NL: gloriëren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geglorieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik glorieer jij glorieert hij glorieert wij gloriëren jullie gloriëren zij gloriëren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geglorieerd jij hebt geglorieerd hij heeft geglorieerd wij hebben geglorieerd jullie hebben geglorieerd zij hebben geglorieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik glorieerde jij glorieerde hij glorieerde wij glorieerden jullie glorieerden zij glorieerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geglorieerd jij had geglorieerd hij had geglorieerd wij hadden geglorieerd jullie hadden geglorieerd zij hadden geglorieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gloriëren jij zult gloriëren hij zal gloriëren wij zullen gloriëren jullie zullen gloriëren zij zullen gloriëren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geglorieerd hebben jij zult geglorieerd hebben hij zal geglorieerd hebben wij zullen geglorieerd hebben jullie zullen geglorieerd hebben zij zullen geglorieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gloriëren jij zou gloriëren hij zou gloriëren wij zouden gloriëren jullie zouden gloriëren zij zouden gloriëren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geglorieerd hebben jij zou geglorieerd hebben hij zou geglorieerd hebben wij zouden geglorieerd hebben jullie zouden geglorieerd hebben zij zouden geglorieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
glorieer
|