Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

glaceren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: glaceren
DE: glacieren, glänzend machen
EN: glaze, ice
ES: glasear, almibarar, satinar
FR: glacer, émailler, vernir

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geglaceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik glaceer
jij glaceert
hij glaceert
wij glaceren
jullie glaceren
zij glaceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geglaceerd
jij hebt geglaceerd
hij heeft geglaceerd
wij hebben geglaceerd
jullie hebben geglaceerd
zij hebben geglaceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik glaceerde
jij glaceerde
hij glaceerde
wij glaceerden
jullie glaceerden
zij glaceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geglaceerd
jij had geglaceerd
hij had geglaceerd
wij hadden geglaceerd
jullie hadden geglaceerd
zij hadden geglaceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal glaceren
jij zult glaceren
hij zal glaceren
wij zullen glaceren
jullie zullen glaceren
zij zullen glaceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geglaceerd hebben
jij zult geglaceerd hebben
hij zal geglaceerd hebben
wij zullen geglaceerd hebben
jullie zullen geglaceerd hebben
zij zullen geglaceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou glaceren
jij zou glaceren
hij zou glaceren
wij zouden glaceren
jullie zouden glaceren
zij zouden glaceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geglaceerd hebben
jij zou geglaceerd hebben
hij zou geglaceerd hebben
wij zouden geglaceerd hebben
jullie zouden geglaceerd hebben
zij zouden geglaceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
glaceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/glaceren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English