NL: girerenSynoniemen: overmaken, storten
DE: gireren (per postgiro betalen): per Postgirokonto bezahlen
EN: gireren (per postgiro betalen): transfer by giro, pay by Giro
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegireerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gireer jij gireert hij gireert wij gireren jullie gireren zij gireren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegireerd jij hebt gegireerd hij heeft gegireerd wij hebben gegireerd jullie hebben gegireerd zij hebben gegireerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gireerde jij gireerde hij gireerde wij gireerden jullie gireerden zij gireerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegireerd jij had gegireerd hij had gegireerd wij hadden gegireerd jullie hadden gegireerd zij hadden gegireerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gireren jij zult gireren hij zal gireren wij zullen gireren jullie zullen gireren zij zullen gireren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegireerd hebben jij zult gegireerd hebben hij zal gegireerd hebben wij zullen gegireerd hebben jullie zullen gegireerd hebben zij zullen gegireerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gireren jij zou gireren hij zou gireren wij zouden gireren jullie zouden gireren zij zouden gireren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegireerd hebben jij zou gegireerd hebben hij zou gegireerd hebben wij zouden gegireerd hebben jullie zouden gegireerd hebben zij zouden gegireerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gireer
|