Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

gijzelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: gijzelen
DE: geiseln
EN: hijack, kidnap
FR: prendre en otage, enchaîner, emprisonner pour dettes

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gegijzeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik gijzel
jij gijzelt
hij gijzelt
wij gijzelen
jullie gijzelen
zij gijzelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gegijzeld
jij hebt gegijzeld
hij heeft gegijzeld
wij hebben gegijzeld
jullie hebben gegijzeld
zij hebben gegijzeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik gijzelde
jij gijzelde
hij gijzelde
wij gijzelden
jullie gijzelden
zij gijzelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gegijzeld
jij had gegijzeld
hij had gegijzeld
wij hadden gegijzeld
jullie hadden gegijzeld
zij hadden gegijzeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal gijzelen
jij zult gijzelen
hij zal gijzelen
wij zullen gijzelen
jullie zullen gijzelen
zij zullen gijzelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gegijzeld hebben
jij zult gegijzeld hebben
hij zal gegijzeld hebben
wij zullen gegijzeld hebben
jullie zullen gegijzeld hebben
zij zullen gegijzeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou gijzelen
jij zou gijzelen
hij zou gijzelen
wij zouden gijzelen
jullie zouden gijzelen
zij zouden gijzelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gegijzeld hebben
jij zou gegijzeld hebben
hij zou gegijzeld hebben
wij zouden gegijzeld hebben
jullie zouden gegijzeld hebben
zij zouden gegijzeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
gijzel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/gijzelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English