Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

gewinnen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: gewinnen

NL: gewinnen
Synoniemen: gewinnen

EN: gain

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gewonnen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik gewin
jij gewint
hij gewint
wij gewinnen
jullie gewinnen
zij gewinnen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik ben gewonnen
jij bent gewonnen
hij is gewonnen
wij zijn gewonnen
jullie zijn gewonnen
zij zijn gewonnen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik gewon
jij gewon
hij gewon
wij gewonnen
jullie gewonnen
zij gewonnen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik was gewonnen
jij was gewonnen
hij was gewonnen
wij waren gewonnen
jullie waren gewonnen
zij waren gewonnen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal gewinnen
jij zult gewinnen
hij zal gewinnen
wij zullen gewinnen
jullie zullen gewinnen
zij zullen gewinnen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gewonnen zijn
jij zult gewonnen zijn
hij zal gewonnen zijn
wij zullen gewonnen zijn
jullie zullen gewonnen zijn
zij zullen gewonnen zijn
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou gewinnen
jij zou gewinnen
hij zou gewinnen
wij zouden gewinnen
jullie zouden gewinnen
zij zouden gewinnen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gewonnen zijn
jij zou gewonnen zijn
hij zou gewonnen zijn
wij zouden gewonnen zijn
jullie zouden gewonnen zijn
zij zouden gewonnen zijn
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
gewin


DE: gewinnen
NL: gewinnen
EN: gain
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gewonnen
gewinnend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich gewinne
du gewinnst
er gewinnt
wir gewinnen
ihr gewinnt
sie; Sie gewinnen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich bin gewonnen
du hast gewonnen
er hat gewonnen
wir haben gewonnen
ihr habt gewonnen
sie; Sie haben gewonnen
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich gewann
du gewannst
er gewann
wir gewannen
ihr gewannt
sie; Sie gewannen
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich war gewonnen
du hattest gewonnen
er hatte gewonnen
wir hatten gewonnen
ihr hattet gewonnen
sie; Sie hatten gewonnen
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gewinnen
du wirst gewinnen
er wird gewinnen
wir werden gewinnen
ihr werdet gewinnen
sie; Sie werden gewinnen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gewonnen sein
du wirst gewonnen haben
er wird gewonnen haben
wir werden gewonnen haben
ihr werdet gewonnen haben
sie; Sie werden gewonnen haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich gewinne
du gewinnest
er gewinne
wir gewinnen
ihr gewinnet
sie; Sie gewinnen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich sei gewonnen
du habest gewonnen
er habe gewonnen
wir haben gewonnen
ihr habet gewonnen
sie; Sie haben gewonnen
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich gewönne
du gewönnest
er gewönne
wir gewönnen
ihr gewönnet
sie; Sie gewönnen
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gewonnen ; wäre gewonnen
du hättest gewonnen
er hätte gewonnen
wir hätten gewonnen
ihr hättet gewonnen
sie; Sie hätten gewonnen
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gewinnen
du würdest gewinnen
er würde gewinnen
wir würden gewinnen
ihr würdet gewinnen
sie; Sie würden gewinnen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gewonnen haben
du würdest gewonnen haben
er würde gewonnen haben
wir würden gewonnen haben
ihr würdet gewonnen haben
sie; Sie würden gewonnen haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du gewinne; gewinn

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/gewinnen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English