NL: gevangenzitten U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gevangengezeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zit gevangen jij zit gevangen hij zit gevangen wij zitten gevangen jullie zitten gevangen zij zitten gevangen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gevangengezeten jij hebt gevangengezeten hij heeft gevangengezeten wij hebben gevangengezeten jullie hebben gevangengezeten zij hebben gevangengezeten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zat gevangen jij zat gevangen hij zat gevangen wij zaten gevangen jullie zaten gevangen zij zaten gevangen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gevangengezeten jij had gevangengezeten hij had gevangengezeten wij hadden gevangengezeten jullie hadden gevangengezeten zij hadden gevangengezeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gevangenzitten jij zult gevangenzitten hij zal gevangenzitten wij zullen gevangenzitten jullie zullen gevangenzitten zij zullen gevangenzitten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gevangengezeten hebben jij zult gevangengezeten hebben hij zal gevangengezeten hebben wij zullen gevangengezeten hebben jullie zullen gevangengezeten hebben zij zullen gevangengezeten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gevangenzitten jij zou gevangenzitten hij zou gevangenzitten wij zouden gevangenzitten jullie zouden gevangenzitten zij zouden gevangenzitten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gevangengezeten hebben jij zou gevangengezeten hebben hij zou gevangengezeten hebben wij zouden gevangengezeten hebben jullie zouden gevangengezeten hebben zij zouden gevangengezeten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zit gevangen
|