NL: getuigenSynoniemen: bevestigen, prediken, tonen, certificeren
DE: bezeugen
EN: testify to, bear testimony, bear witness, give evidence, appear as a witness
ES: testimoniar
FR: attester, témoigner, certifier, déclarer, porter témoignage
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getuigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik getuig jij getuigt hij getuigt wij getuigen jullie getuigen zij getuigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getuigd jij hebt getuigd hij heeft getuigd wij hebben getuigd jullie hebben getuigd zij hebben getuigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik getuigde jij getuigde hij getuigde wij getuigden jullie getuigden zij getuigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getuigd jij had getuigd hij had getuigd wij hadden getuigd jullie hadden getuigd zij hadden getuigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal getuigen jij zult getuigen hij zal getuigen wij zullen getuigen jullie zullen getuigen zij zullen getuigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getuigd hebben jij zult getuigd hebben hij zal getuigd hebben wij zullen getuigd hebben jullie zullen getuigd hebben zij zullen getuigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou getuigen jij zou getuigen hij zou getuigen wij zouden getuigen jullie zouden getuigen zij zouden getuigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getuigd hebben jij zou getuigd hebben hij zou getuigd hebben wij zouden getuigd hebben jullie zouden getuigd hebben zij zouden getuigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
getuig
|