NL: geruststellenSynoniemen: kalmeren, bedaren
DE: beruhigen, beschwichtigen
EN: reassure, set at ease, soothe, allay
ES: sosegar, tranquilizar, calmar, aplacar
FR: rassurer, apaiser, calmer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gerustgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stel gerust jij stelt gerust hij stelt gerust wij stellen gerust jullie stellen gerust zij stellen gerust
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gerustgesteld jij hebt gerustgesteld hij heeft gerustgesteld wij hebben gerustgesteld jullie hebben gerustgesteld zij hebben gerustgesteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stelde gerust jij stelde gerust hij stelde gerust wij stelden gerust jullie stelden gerust zij stelden gerust
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gerustgesteld jij had gerustgesteld hij had gerustgesteld wij hadden gerustgesteld jullie hadden gerustgesteld zij hadden gerustgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal geruststellen jij zult geruststellen hij zal geruststellen wij zullen geruststellen jullie zullen geruststellen zij zullen geruststellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gerustgesteld hebben jij zult gerustgesteld hebben hij zal gerustgesteld hebben wij zullen gerustgesteld hebben jullie zullen gerustgesteld hebben zij zullen gerustgesteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou geruststellen jij zou geruststellen hij zou geruststellen wij zouden geruststellen jullie zouden geruststellen zij zouden geruststellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gerustgesteld hebben jij zou gerustgesteld hebben hij zou gerustgesteld hebben wij zouden gerustgesteld hebben jullie zouden gerustgesteld hebben zij zouden gerustgesteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stel gerust
|