NL: germaniseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegermaniseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik germaniseer jij germaniseert hij germaniseert wij germaniseren jullie germaniseren zij germaniseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegermaniseerd jij hebt gegermaniseerd hij heeft gegermaniseerd wij hebben gegermaniseerd jullie hebben gegermaniseerd zij hebben gegermaniseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik germaniseerde jij germaniseerde hij germaniseerde wij germaniseerden jullie germaniseerden zij germaniseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegermaniseerd jij had gegermaniseerd hij had gegermaniseerd wij hadden gegermaniseerd jullie hadden gegermaniseerd zij hadden gegermaniseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal germaniseren jij zult germaniseren hij zal germaniseren wij zullen germaniseren jullie zullen germaniseren zij zullen germaniseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegermaniseerd hebben jij zult gegermaniseerd hebben hij zal gegermaniseerd hebben wij zullen gegermaniseerd hebben jullie zullen gegermaniseerd hebben zij zullen gegermaniseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou germaniseren jij zou germaniseren hij zou germaniseren wij zouden germaniseren jullie zouden germaniseren zij zouden germaniseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegermaniseerd hebben jij zou gegermaniseerd hebben hij zou gegermaniseerd hebben wij zouden gegermaniseerd hebben jullie zouden gegermaniseerd hebben zij zouden gegermaniseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
germaniseer
|