NL: generenSynoniemen: schaam, schamen
EN: be embarrassed, be shy, feel ill at ease
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegeneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geneer jij geneert hij geneert wij generen jullie generen zij generen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegeneerd jij hebt gegeneerd hij heeft gegeneerd wij hebben gegeneerd jullie hebben gegeneerd zij hebben gegeneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik geneerde jij geneerde hij geneerde wij geneerden jullie geneerden zij geneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegeneerd jij had gegeneerd hij had gegeneerd wij hadden gegeneerd jullie hadden gegeneerd zij hadden gegeneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal generen jij zult generen hij zal generen wij zullen generen jullie zullen generen zij zullen generen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegeneerd hebben jij zult gegeneerd hebben hij zal gegeneerd hebben wij zullen gegeneerd hebben jullie zullen gegeneerd hebben zij zullen gegeneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou generen jij zou generen hij zou generen wij zouden generen jullie zouden generen zij zouden generen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegeneerd hebben jij zou gegeneerd hebben hij zou gegeneerd hebben wij zouden gegeneerd hebben jullie zouden gegeneerd hebben zij zouden gegeneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geneer
|