NL: generaliserenSynoniemen: veralgemeniseren, veralgemenen, globaliseren
EN: generalize
ES: generalizarse, generalizar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegeneraliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik generaliseer jij generaliseert hij generaliseert wij generaliseren jullie generaliseren zij generaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegeneraliseerd jij hebt gegeneraliseerd hij heeft gegeneraliseerd wij hebben gegeneraliseerd jullie hebben gegeneraliseerd zij hebben gegeneraliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik generaliseerde jij generaliseerde hij generaliseerde wij generaliseerden jullie generaliseerden zij generaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegeneraliseerd jij had gegeneraliseerd hij had gegeneraliseerd wij hadden gegeneraliseerd jullie hadden gegeneraliseerd zij hadden gegeneraliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal generaliseren jij zult generaliseren hij zal generaliseren wij zullen generaliseren jullie zullen generaliseren zij zullen generaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegeneraliseerd hebben jij zult gegeneraliseerd hebben hij zal gegeneraliseerd hebben wij zullen gegeneraliseerd hebben jullie zullen gegeneraliseerd hebben zij zullen gegeneraliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou generaliseren jij zou generaliseren hij zou generaliseren wij zouden generaliseren jullie zouden generaliseren zij zouden generaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegeneraliseerd hebben jij zou gegeneraliseerd hebben hij zou gegeneraliseerd hebben wij zouden gegeneraliseerd hebben jullie zouden gegeneraliseerd hebben zij zouden gegeneraliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
generaliseer
|