NL: gassenSynoniemen: ontgassen
EN: fumigate
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gas jij gast hij gast wij gassen jullie gassen zij gassen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegast jij hebt gegast hij heeft gegast wij hebben gegast jullie hebben gegast zij hebben gegast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaste jij gaste hij gaste wij gasten jullie gasten zij gasten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegast jij had gegast hij had gegast wij hadden gegast jullie hadden gegast zij hadden gegast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gassen jij zult gassen hij zal gassen wij zullen gassen jullie zullen gassen zij zullen gassen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegast hebben jij zult gegast hebben hij zal gegast hebben wij zullen gegast hebben jullie zullen gegast hebben zij zullen gegast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gassen jij zou gassen hij zou gassen wij zouden gassen jullie zouden gassen zij zouden gassen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegast hebben jij zou gegast hebben hij zou gegast hebben wij zouden gegast hebben jullie zouden gegast hebben zij zouden gegast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gas
|