Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

garneren vervoegen




NL: garneren
Synoniemen: versieren, opsmukken, opmaken, afwerken

DE: gestalten, aufmachen, fertigstellen, garnieren, verzieren, fertigmachen, vollenden, dekorieren, zieren, feinmachen
EN: decorate, garnish, finish, ornament, dunnage, adorn, trim, dress
ES: decorar, adornar
FR: garnir, garnir des plats

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gegarneerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik garneer
jij garneert
hij garneert
wij garneren
jullie garneren
zij garneren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gegarneerd
jij hebt gegarneerd
hij heeft gegarneerd
wij hebben gegarneerd
jullie hebben gegarneerd
zij hebben gegarneerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik garneerde
jij garneerde
hij garneerde
wij garneerden
jullie garneerden
zij garneerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gegarneerd
jij had gegarneerd
hij had gegarneerd
wij hadden gegarneerd
jullie hadden gegarneerd
zij hadden gegarneerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal garneren
jij zult garneren
hij zal garneren
wij zullen garneren
jullie zullen garneren
zij zullen garneren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gegarneerd hebben
jij zult gegarneerd hebben
hij zal gegarneerd hebben
wij zullen gegarneerd hebben
jullie zullen gegarneerd hebben
zij zullen gegarneerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou garneren
jij zou garneren
hij zou garneren
wij zouden garneren
jullie zouden garneren
zij zouden garneren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gegarneerd hebben
jij zou gegarneerd hebben
hij zou gegarneerd hebben
wij zouden gegarneerd hebben
jullie zouden gegarneerd hebben
zij zouden gegarneerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
garneer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/garneren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald