Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

gareren vervoegen




NL: gareren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gegareerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik gareer
jij gareert
hij gareert
wij gareren
jullie gareren
zij gareren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gegareerd
jij hebt gegareerd
hij heeft gegareerd
wij hebben gegareerd
jullie hebben gegareerd
zij hebben gegareerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik gareerde
jij gareerde
hij gareerde
wij gareerden
jullie gareerden
zij gareerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gegareerd
jij had gegareerd
hij had gegareerd
wij hadden gegareerd
jullie hadden gegareerd
zij hadden gegareerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal gareren
jij zult gareren
hij zal gareren
wij zullen gareren
jullie zullen gareren
zij zullen gareren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gegareerd hebben
jij zult gegareerd hebben
hij zal gegareerd hebben
wij zullen gegareerd hebben
jullie zullen gegareerd hebben
zij zullen gegareerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou gareren
jij zou gareren
hij zou gareren
wij zouden gareren
jullie zouden gareren
zij zouden gareren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gegareerd hebben
jij zou gegareerd hebben
hij zou gegareerd hebben
wij zouden gegareerd hebben
jullie zouden gegareerd hebben
zij zouden gegareerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
gareer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/gareren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald