Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

gapen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: gapen
Synoniemen: geeuwen, kijken, aangapen, openstaan

DE: gapen (geeuwen): gähnen
EN: gapen (geeuwen): yawn, gape, gawp, gawk
ES: gapen (geeuwen): bostezar, dar bostezos, dar un bostezo
FR: gapen (geeuwen): bâiller, bayer aux corneilles

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gegaapt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik gaap
jij gaapt
hij gaapt
wij gapen
jullie gapen
zij gapen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gegaapt
jij hebt gegaapt
hij heeft gegaapt
wij hebben gegaapt
jullie hebben gegaapt
zij hebben gegaapt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik gaapte
jij gaapte
hij gaapte
wij gaapten
jullie gaapten
zij gaapten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gegaapt
jij had gegaapt
hij had gegaapt
wij hadden gegaapt
jullie hadden gegaapt
zij hadden gegaapt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal gapen
jij zult gapen
hij zal gapen
wij zullen gapen
jullie zullen gapen
zij zullen gapen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gegaapt hebben
jij zult gegaapt hebben
hij zal gegaapt hebben
wij zullen gegaapt hebben
jullie zullen gegaapt hebben
zij zullen gegaapt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou gapen
jij zou gapen
hij zou gapen
wij zouden gapen
jullie zouden gapen
zij zouden gapen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gegaapt hebben
jij zou gegaapt hebben
hij zou gegaapt hebben
wij zouden gegaapt hebben
jullie zouden gegaapt hebben
zij zouden gegaapt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
gaap

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/gapen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English