EN: to gapSynoniemen: aperture, breach, break, cavity, chink, cleft, crack, cranny, crevice, distance, fissure, fracture, hiatus, hole, notch, opening, outlet, perforation, period, puncture, space, split, tear, time
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
gaping
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I gap you gap he gaps we gap you gap they gap
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have gaped you have gaped he has gaped we have gaped you have gaped they have gaped
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I gaped you gaped he gaped we gaped you gaped they gaped
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had gaped you had gaped he had gaped we had gaped you had gaped they had gaped
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will gap you will gap he will gap we will gap you will gap they will gap
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have gaped you will have gaped he will have gaped we will have gaped you will have gaped they will have gaped
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would gap you would gap he would gap we would gap you would gap they would gap
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have gaped you would have gaped he would have gaped we would have gaped you would have gaped they would have gaped
|