EN: to gabbleNL: gabble (quack): kwaken, kakelen, kwetteren, snateren
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
gabbling
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I gabble you gabble he gabbles we gabble you gabble they gabble
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have gabbled you have gabbled he has gabbled we have gabbled you have gabbled they have gabbled
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I gabbled you gabbled he gabbled we gabbled you gabbled they gabbled
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had gabbled you had gabbled he had gabbled we had gabbled you had gabbled they had gabbled
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will gabble you will gabble he will gabble we will gabble you will gabble they will gabble
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have gabbled you will have gabbled he will have gabbled we will have gabbled you will have gabbled they will have gabbled
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would gabble you would gabble he would gabble we would gabble you would gabble they would gabble
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have gabbled you would have gabbled he would have gabbled we would have gabbled you would have gabbled they would have gabbled
|