NL: fuserenSynoniemen: samengaan, samensmelten, versmelten, ineensmelten
DE: fuseren (samengaan): zusammengehen, sich verbinden, Hand in Hand gehen, sich verknüpfen
EN: fuseren (samengaan): merge, conform, fuse, go together, go with, follow
FR: fuseren (samengaan): fusionner, joindre, correspondre à, confluer, réunir, concorder, convenir à, aller de pair, s'accorder à, aller ensemble
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefuseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fuseer jij fuseert hij fuseert wij fuseren jullie fuseren zij fuseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefuseerd jij hebt gefuseerd hij heeft gefuseerd wij hebben gefuseerd jullie hebben gefuseerd zij hebben gefuseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fuseerde jij fuseerde hij fuseerde wij fuseerden jullie fuseerden zij fuseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefuseerd jij had gefuseerd hij had gefuseerd wij hadden gefuseerd jullie hadden gefuseerd zij hadden gefuseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fuseren jij zult fuseren hij zal fuseren wij zullen fuseren jullie zullen fuseren zij zullen fuseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefuseerd hebben jij zult gefuseerd hebben hij zal gefuseerd hebben wij zullen gefuseerd hebben jullie zullen gefuseerd hebben zij zullen gefuseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fuseren jij zou fuseren hij zou fuseren wij zouden fuseren jullie zouden fuseren zij zouden fuseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefuseerd hebben jij zou gefuseerd hebben hij zou gefuseerd hebben wij zouden gefuseerd hebben jullie zouden gefuseerd hebben zij zouden gefuseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fuseer
|