EN: to fumbleSynoniemen: feel around, feel for, fumble about
NL: frommelen
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
fumbling
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I fumble you fumble he fumbles we fumble you fumble they fumble
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have fumbled you have fumbled he has fumbled we have fumbled you have fumbled they have fumbled
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I fumbled you fumbled he fumbled we fumbled you fumbled they fumbled
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had fumbled you had fumbled he had fumbled we had fumbled you had fumbled they had fumbled
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will fumble you will fumble he will fumble we will fumble you will fumble they will fumble
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have fumbled you will have fumbled he will have fumbled we will have fumbled you will have fumbled they will have fumbled
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would fumble you would fumble he would fumble we would fumble you would fumble they would fumble
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have fumbled you would have fumbled he would have fumbled we would have fumbled you would have fumbled they would have fumbled
|