NL: frequenterenSynoniemen: bezoeken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefrequenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik frequenteer jij frequenteert hij frequenteert wij frequenteren jullie frequenteren zij frequenteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefrequenteerd jij hebt gefrequenteerd hij heeft gefrequenteerd wij hebben gefrequenteerd jullie hebben gefrequenteerd zij hebben gefrequenteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik frequenteerde jij frequenteerde hij frequenteerde wij frequenteerden jullie frequenteerden zij frequenteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefrequenteerd jij had gefrequenteerd hij had gefrequenteerd wij hadden gefrequenteerd jullie hadden gefrequenteerd zij hadden gefrequenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal frequenteren jij zult frequenteren hij zal frequenteren wij zullen frequenteren jullie zullen frequenteren zij zullen frequenteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefrequenteerd hebben jij zult gefrequenteerd hebben hij zal gefrequenteerd hebben wij zullen gefrequenteerd hebben jullie zullen gefrequenteerd hebben zij zullen gefrequenteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou frequenteren jij zou frequenteren hij zou frequenteren wij zouden frequenteren jullie zouden frequenteren zij zouden frequenteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefrequenteerd hebben jij zou gefrequenteerd hebben hij zou gefrequenteerd hebben wij zouden gefrequenteerd hebben jullie zouden gefrequenteerd hebben zij zouden gefrequenteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
frequenteer
|