Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

frauderen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: frauderen
Synoniemen: bedriegen

DE: betrügen
EN: commit fraud
FR: frauder

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gefraudeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik fraudeer
jij fraudeert
hij fraudeert
wij frauderen
jullie frauderen
zij frauderen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gefraudeerd
jij hebt gefraudeerd
hij heeft gefraudeerd
wij hebben gefraudeerd
jullie hebben gefraudeerd
zij hebben gefraudeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik fraudeerde
jij fraudeerde
hij fraudeerde
wij fraudeerden
jullie fraudeerden
zij fraudeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gefraudeerd
jij had gefraudeerd
hij had gefraudeerd
wij hadden gefraudeerd
jullie hadden gefraudeerd
zij hadden gefraudeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal frauderen
jij zult frauderen
hij zal frauderen
wij zullen frauderen
jullie zullen frauderen
zij zullen frauderen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gefraudeerd hebben
jij zult gefraudeerd hebben
hij zal gefraudeerd hebben
wij zullen gefraudeerd hebben
jullie zullen gefraudeerd hebben
zij zullen gefraudeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou frauderen
jij zou frauderen
hij zou frauderen
wij zouden frauderen
jullie zouden frauderen
zij zouden frauderen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gefraudeerd hebben
jij zou gefraudeerd hebben
hij zou gefraudeerd hebben
wij zouden gefraudeerd hebben
jullie zouden gefraudeerd hebben
zij zouden gefraudeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
fraudeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/frauderen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English