NL: franchisen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefranchised
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik franchise jij franchiset hij franchiset wij franchisen jullie franchisen zij franchisen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefranchised jij hebt gefranchised hij heeft gefranchised wij hebben gefranchised jullie hebben gefranchised zij hebben gefranchised
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik franchisede jij franchisede hij franchisede wij franchiseden jullie franchiseden zij franchiseden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefranchised jij had gefranchised hij had gefranchised wij hadden gefranchised jullie hadden gefranchised zij hadden gefranchised
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal franchisen jij zult franchisen hij zal franchisen wij zullen franchisen jullie zullen franchisen zij zullen franchisen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefranchised hebben jij zult gefranchised hebben hij zal gefranchised hebben wij zullen gefranchised hebben jullie zullen gefranchised hebben zij zullen gefranchised hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou franchisen jij zou franchisen hij zou franchisen wij zouden franchisen jullie zouden franchisen zij zouden franchisen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefranchised hebben jij zou gefranchised hebben hij zou gefranchised hebben wij zouden gefranchised hebben jullie zouden gefranchised hebben zij zouden gefranchised hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
franchise
|