NL: fotoshoppen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefotoshopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fotoshop jij fotoshopt hij fotoshopt wij fotoshoppen jullie fotoshoppen zij fotoshoppen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefotoshopt jij hebt gefotoshopt hij heeft gefotoshopt wij hebben gefotoshopt jullie hebben gefotoshopt zij hebben gefotoshopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fotoshopte jij fotoshopte hij fotoshopte wij fotoshopten jullie fotoshopten zij fotoshopten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefotoshopt jij had gefotoshopt hij had gefotoshopt wij hadden gefotoshopt jullie hadden gefotoshopt zij hadden gefotoshopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fotoshoppen jij zult fotoshoppen hij zal fotoshoppen wij zullen fotoshoppen jullie zullen fotoshoppen zij zullen fotoshoppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefotoshopt hebben jij zult gefotoshopt hebben hij zal gefotoshopt hebben wij zullen gefotoshopt hebben jullie zullen gefotoshopt hebben zij zullen gefotoshopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fotoshoppen jij zou fotoshoppen hij zou fotoshoppen wij zouden fotoshoppen jullie zouden fotoshoppen zij zouden fotoshoppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefotoshopt hebben jij zou gefotoshopt hebben hij zou gefotoshopt hebben wij zouden gefotoshopt hebben jullie zouden gefotoshopt hebben zij zouden gefotoshopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fotoshop
|