NL: formulerenSynoniemen: verwoorden, verbaliseren
DE: formuleren (in een formule brengen): formulieren, in Worte fassen, ausdrücken
EN: formuleren (in een formule brengen): formulate, phrase, put into words, word
ES: formuleren (in een formule brengen): formular, redactar, frasear
FR: formuleren (in een formule brengen): présenter, exprimer, formuler, phraser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geformuleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik formuleer jij formuleert hij formuleert wij formuleren jullie formuleren zij formuleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geformuleerd jij hebt geformuleerd hij heeft geformuleerd wij hebben geformuleerd jullie hebben geformuleerd zij hebben geformuleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik formuleerde jij formuleerde hij formuleerde wij formuleerden jullie formuleerden zij formuleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geformuleerd jij had geformuleerd hij had geformuleerd wij hadden geformuleerd jullie hadden geformuleerd zij hadden geformuleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal formuleren jij zult formuleren hij zal formuleren wij zullen formuleren jullie zullen formuleren zij zullen formuleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geformuleerd hebben jij zult geformuleerd hebben hij zal geformuleerd hebben wij zullen geformuleerd hebben jullie zullen geformuleerd hebben zij zullen geformuleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou formuleren jij zou formuleren hij zou formuleren wij zouden formuleren jullie zouden formuleren zij zouden formuleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geformuleerd hebben jij zou geformuleerd hebben hij zou geformuleerd hebben wij zouden geformuleerd hebben jullie zouden geformuleerd hebben zij zouden geformuleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
formuleer
|