NL: forcerenSynoniemen: afdwingen, beschadigen, dwingen, openbreken, overbelasten, verbreken, opdringen, verbrijzelen, stukmaken, opheffen, ontbinden, beëindigen, afbreken
DE: das Aufdrängen
EN: the pressing on, the force
ES: la obligación, la imposición
FR: le imposer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geforceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik forceer jij forceert hij forceert wij forceren jullie forceren zij forceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geforceerd jij hebt geforceerd hij heeft geforceerd wij hebben geforceerd jullie hebben geforceerd zij hebben geforceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik forceerde jij forceerde hij forceerde wij forceerden jullie forceerden zij forceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geforceerd jij had geforceerd hij had geforceerd wij hadden geforceerd jullie hadden geforceerd zij hadden geforceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal forceren jij zult forceren hij zal forceren wij zullen forceren jullie zullen forceren zij zullen forceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geforceerd hebben jij zult geforceerd hebben hij zal geforceerd hebben wij zullen geforceerd hebben jullie zullen geforceerd hebben zij zullen geforceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou forceren jij zou forceren hij zou forceren wij zouden forceren jullie zouden forceren zij zouden forceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geforceerd hebben jij zou geforceerd hebben hij zou geforceerd hebben wij zouden geforceerd hebben jullie zouden geforceerd hebben zij zouden geforceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
forceer
|