Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

forceren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: forceren
Synoniemen: afdwingen, beschadigen, dwingen, openbreken, overbelasten, verbreken, opdringen, verbrijzelen, stukmaken, opheffen, ontbinden, beëindigen, afbreken

DE: das Aufdrängen
EN: the pressing on, the force
ES: la obligación, la imposición
FR: le imposer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geforceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik forceer
jij forceert
hij forceert
wij forceren
jullie forceren
zij forceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geforceerd
jij hebt geforceerd
hij heeft geforceerd
wij hebben geforceerd
jullie hebben geforceerd
zij hebben geforceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik forceerde
jij forceerde
hij forceerde
wij forceerden
jullie forceerden
zij forceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geforceerd
jij had geforceerd
hij had geforceerd
wij hadden geforceerd
jullie hadden geforceerd
zij hadden geforceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal forceren
jij zult forceren
hij zal forceren
wij zullen forceren
jullie zullen forceren
zij zullen forceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geforceerd hebben
jij zult geforceerd hebben
hij zal geforceerd hebben
wij zullen geforceerd hebben
jullie zullen geforceerd hebben
zij zullen geforceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou forceren
jij zou forceren
hij zou forceren
wij zouden forceren
jullie zouden forceren
zij zouden forceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geforceerd hebben
jij zou geforceerd hebben
hij zou geforceerd hebben
wij zouden geforceerd hebben
jullie zouden geforceerd hebben
zij zouden geforceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
forceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/forceren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English