NL: focusseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefocusseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik focusseer jij focusseert hij focusseert wij focusseren jullie focusseren zij focusseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefocusseerd jij hebt gefocusseerd hij heeft gefocusseerd wij hebben gefocusseerd jullie hebben gefocusseerd zij hebben gefocusseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik focusseerde jij focusseerde hij focusseerde wij focusseerden jullie focusseerden zij focusseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefocusseerd jij had gefocusseerd hij had gefocusseerd wij hadden gefocusseerd jullie hadden gefocusseerd zij hadden gefocusseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal focusseren jij zult focusseren hij zal focusseren wij zullen focusseren jullie zullen focusseren zij zullen focusseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefocusseerd hebben jij zult gefocusseerd hebben hij zal gefocusseerd hebben wij zullen gefocusseerd hebben jullie zullen gefocusseerd hebben zij zullen gefocusseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou focusseren jij zou focusseren hij zou focusseren wij zouden focusseren jullie zouden focusseren zij zouden focusseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefocusseerd hebben jij zou gefocusseerd hebben hij zou gefocusseerd hebben wij zouden gefocusseerd hebben jullie zouden gefocusseerd hebben zij zouden gefocusseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
focusseer
|