NL: flippenSynoniemen: afknappen, begeven, doldraaien, mislukken
DE: kaputtgehen
EN: break down, give way, go to pieces
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geflipt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik flip jij flipt hij flipt wij flippen jullie flippen zij flippen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geflipt jij hebt geflipt hij heeft geflipt wij hebben geflipt jullie hebben geflipt zij hebben geflipt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik flipte jij flipte hij flipte wij flipten jullie flipten zij flipten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geflipt jij had geflipt hij had geflipt wij hadden geflipt jullie hadden geflipt zij hadden geflipt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal flippen jij zult flippen hij zal flippen wij zullen flippen jullie zullen flippen zij zullen flippen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geflipt hebben jij zult geflipt hebben hij zal geflipt hebben wij zullen geflipt hebben jullie zullen geflipt hebben zij zullen geflipt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou flippen jij zou flippen hij zou flippen wij zouden flippen jullie zouden flippen zij zouden flippen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geflipt hebben jij zou geflipt hebben hij zou geflipt hebben wij zouden geflipt hebben jullie zouden geflipt hebben zij zouden geflipt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
flip
|