NL: flessenSynoniemen: bedotten, oplichten, afzetten
EN: flessen (bedrogen worden): be deceived, be duped
ES: flessen (bedrogen worden): engañar, defraudar, quedar defraudado
FR: flessen (bedrogen worden): être dupé, être trompé
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geflest
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fles jij flest hij flest wij flessen jullie flessen zij flessen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geflest jij hebt geflest hij heeft geflest wij hebben geflest jullie hebben geflest zij hebben geflest
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fleste jij fleste hij fleste wij flesten jullie flesten zij flesten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geflest jij had geflest hij had geflest wij hadden geflest jullie hadden geflest zij hadden geflest
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal flessen jij zult flessen hij zal flessen wij zullen flessen jullie zullen flessen zij zullen flessen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geflest hebben jij zult geflest hebben hij zal geflest hebben wij zullen geflest hebben jullie zullen geflest hebben zij zullen geflest hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou flessen jij zou flessen hij zou flessen wij zouden flessen jullie zouden flessen zij zouden flessen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geflest hebben jij zou geflest hebben hij zou geflest hebben wij zouden geflest hebben jullie zouden geflest hebben zij zouden geflest hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fles
|