EN: to fleeceNL: fleece (graze): ontvellen, stropen
DE: fleece (graze): enthäuten, abhäuten
FR: fleece (graze): retrousser, bobiner, rouler, écorcher, enrouler, trousser
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
fleecing
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I fleece you fleece he fleeces we fleece you fleece they fleece
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have fleeced you have fleeced he has fleeced we have fleeced you have fleeced they have fleeced
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I fleeced you fleeced he fleeced we fleeced you fleeced they fleeced
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had fleeced you had fleeced he had fleeced we had fleeced you had fleeced they had fleeced
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will fleece you will fleece he will fleece we will fleece you will fleece they will fleece
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have fleeced you will have fleeced he will have fleeced we will have fleeced you will have fleeced they will have fleeced
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would fleece you would fleece he would fleece we would fleece you would fleece they would fleece
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have fleeced you would have fleeced he would have fleeced we would have fleeced you would have fleeced they would have fleeced
|