NL: flatterenSynoniemen: verfraaien, vleien, vlemen, kruipen, flikflooien
FR: flatteren (goed staan): flatter, aller bien, bien aller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geflatteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik flatteer jij flatteert hij flatteert wij flatteren jullie flatteren zij flatteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geflatteerd jij hebt geflatteerd hij heeft geflatteerd wij hebben geflatteerd jullie hebben geflatteerd zij hebben geflatteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik flatteerde jij flatteerde hij flatteerde wij flatteerden jullie flatteerden zij flatteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geflatteerd jij had geflatteerd hij had geflatteerd wij hadden geflatteerd jullie hadden geflatteerd zij hadden geflatteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal flatteren jij zult flatteren hij zal flatteren wij zullen flatteren jullie zullen flatteren zij zullen flatteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geflatteerd hebben jij zult geflatteerd hebben hij zal geflatteerd hebben wij zullen geflatteerd hebben jullie zullen geflatteerd hebben zij zullen geflatteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou flatteren jij zou flatteren hij zou flatteren wij zouden flatteren jullie zouden flatteren zij zouden flatteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geflatteerd hebben jij zou geflatteerd hebben hij zou geflatteerd hebben wij zouden geflatteerd hebben jullie zouden geflatteerd hebben zij zouden geflatteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
flatteer
|