NL: flashmobben U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geflashmobd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik flashmob jij flashmobt hij flashmobt wij flashmobben jullie flashmobben zij flashmobben
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geflashmobd jij hebt geflashmobd hij heeft geflashmobd wij hebben geflashmobd jullie hebben geflashmobd zij hebben geflashmobd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik flashmobde jij flashmobde hij flashmobde wij flashmobden jullie flashmobden zij flashmobden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geflashmobd jij had geflashmobd hij had geflashmobd wij hadden geflashmobd jullie hadden geflashmobd zij hadden geflashmobd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal flashmobben jij zult flashmobben hij zal flashmobben wij zullen flashmobben jullie zullen flashmobben zij zullen flashmobben
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geflashmobd hebben jij zult geflashmobd hebben hij zal geflashmobd hebben wij zullen geflashmobd hebben jullie zullen geflashmobd hebben zij zullen geflashmobd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou flashmobben jij zou flashmobben hij zou flashmobben wij zouden flashmobben jullie zouden flashmobben zij zouden flashmobben
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geflashmobd hebben jij zou geflashmobd hebben hij zou geflashmobd hebben wij zouden geflashmobd hebben jullie zouden geflashmobd hebben zij zouden geflashmobd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
flashmob
|