NL: fixerenSynoniemen: aanstaren, bepalen, vastmaken, vaststellen, tuigeren, bevestigen
EN: fixeren (onuitwisbaar maken): fix, make something permanent
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefixeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fixeer jij fixeert hij fixeert wij fixeren jullie fixeren zij fixeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefixeerd jij hebt gefixeerd hij heeft gefixeerd wij hebben gefixeerd jullie hebben gefixeerd zij hebben gefixeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fixeerde jij fixeerde hij fixeerde wij fixeerden jullie fixeerden zij fixeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefixeerd jij had gefixeerd hij had gefixeerd wij hadden gefixeerd jullie hadden gefixeerd zij hadden gefixeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fixeren jij zult fixeren hij zal fixeren wij zullen fixeren jullie zullen fixeren zij zullen fixeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefixeerd hebben jij zult gefixeerd hebben hij zal gefixeerd hebben wij zullen gefixeerd hebben jullie zullen gefixeerd hebben zij zullen gefixeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fixeren jij zou fixeren hij zou fixeren wij zouden fixeren jullie zouden fixeren zij zouden fixeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefixeerd hebben jij zou gefixeerd hebben hij zou gefixeerd hebben wij zouden gefixeerd hebben jullie zouden gefixeerd hebben zij zouden gefixeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fixeer
|