NL: fingerenSynoniemen: bedenken, doen alsof, veinzen, voorwenden, simuleren
DE: simulieren, sichverstellen, erfinden, spielen, vorgeben, vortäuschen, vormachen, heucheln, erdichten, vortun
EN: feign, simulate, pretend, do as if
ES: pretender, fingir
FR: feindre, simuler, prétendre, prétexter, faire semblant, faire l'hypocrite
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefingeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fingeer jij fingeert hij fingeert wij fingeren jullie fingeren zij fingeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefingeerd jij hebt gefingeerd hij heeft gefingeerd wij hebben gefingeerd jullie hebben gefingeerd zij hebben gefingeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fingeerde jij fingeerde hij fingeerde wij fingeerden jullie fingeerden zij fingeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefingeerd jij had gefingeerd hij had gefingeerd wij hadden gefingeerd jullie hadden gefingeerd zij hadden gefingeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fingeren jij zult fingeren hij zal fingeren wij zullen fingeren jullie zullen fingeren zij zullen fingeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefingeerd hebben jij zult gefingeerd hebben hij zal gefingeerd hebben wij zullen gefingeerd hebben jullie zullen gefingeerd hebben zij zullen gefingeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fingeren jij zou fingeren hij zou fingeren wij zouden fingeren jullie zouden fingeren zij zouden fingeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefingeerd hebben jij zou gefingeerd hebben hij zou gefingeerd hebben wij zouden gefingeerd hebben jullie zouden gefingeerd hebben zij zouden gefingeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fingeer
|