NL: filosoferenSynoniemen: denken
EN: philosophize
ES: filosofar
FR: philosopher
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefilosofeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik filosofeer jij filosofeert hij filosofeert wij filosoferen jullie filosoferen zij filosoferen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefilosofeerd jij hebt gefilosofeerd hij heeft gefilosofeerd wij hebben gefilosofeerd jullie hebben gefilosofeerd zij hebben gefilosofeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik filosofeerde jij filosofeerde hij filosofeerde wij filosofeerden jullie filosofeerden zij filosofeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefilosofeerd jij had gefilosofeerd hij had gefilosofeerd wij hadden gefilosofeerd jullie hadden gefilosofeerd zij hadden gefilosofeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal filosoferen jij zult filosoferen hij zal filosoferen wij zullen filosoferen jullie zullen filosoferen zij zullen filosoferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefilosofeerd hebben jij zult gefilosofeerd hebben hij zal gefilosofeerd hebben wij zullen gefilosofeerd hebben jullie zullen gefilosofeerd hebben zij zullen gefilosofeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou filosoferen jij zou filosoferen hij zou filosoferen wij zouden filosoferen jullie zouden filosoferen zij zouden filosoferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefilosofeerd hebben jij zou gefilosofeerd hebben hij zou gefilosofeerd hebben wij zouden gefilosofeerd hebben jullie zouden gefilosofeerd hebben zij zouden gefilosofeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
filosofeer
|