Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

filmen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: filmen

NL: filmen
DE: drehen, fotografieren, knipsen, Bild machen, Foto machen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gefilmd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik film
jij filmt
hij filmt
wij filmen
jullie filmen
zij filmen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gefilmd
jij hebt gefilmd
hij heeft gefilmd
wij hebben gefilmd
jullie hebben gefilmd
zij hebben gefilmd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik filmde
jij filmde
hij filmde
wij filmden
jullie filmden
zij filmden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gefilmd
jij had gefilmd
hij had gefilmd
wij hadden gefilmd
jullie hadden gefilmd
zij hadden gefilmd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal filmen
jij zult filmen
hij zal filmen
wij zullen filmen
jullie zullen filmen
zij zullen filmen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gefilmd hebben
jij zult gefilmd hebben
hij zal gefilmd hebben
wij zullen gefilmd hebben
jullie zullen gefilmd hebben
zij zullen gefilmd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou filmen
jij zou filmen
hij zou filmen
wij zouden filmen
jullie zouden filmen
zij zouden filmen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gefilmd hebben
jij zou gefilmd hebben
hij zou gefilmd hebben
wij zouden gefilmd hebben
jullie zouden gefilmd hebben
zij zouden gefilmd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
film


DE: filmen
Synoniemen: drehen, fotografieren, knipsen, Bild machen, Foto machen
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gefilmt
filmend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich filme
du filmst
er filmt
wir filmen
ihr filmt
sie; Sie filmen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gefilmt
du hast gefilmt
er hat gefilmt
wir haben gefilmt
ihr habt gefilmt
sie; Sie haben gefilmt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich filmte
du filmtest
er filmte
wir filmten
ihr filmtet
sie; Sie filmten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gefilmt ; war gefilmt
du hattest gefilmt
er hatte gefilmt
wir hatten gefilmt
ihr hattet gefilmt
sie; Sie hatten gefilmt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde filmen
du wirst filmen
er wird filmen
wir werden filmen
ihr werdet filmen
sie; Sie werden filmen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gefilmt haben
du wirst gefilmt haben
er wird gefilmt haben
wir werden gefilmt haben
ihr werdet gefilmt haben
sie; Sie werden gefilmt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich filme
du filmest
er filme
wir filmen
ihr filmet
sie; Sie filmen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gefilmt ; sei gefilmt
du habest gefilmt
er habe gefilmt
wir haben gefilmt
ihr habet gefilmt
sie; Sie haben gefilmt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich filmte
du filmtest
er filmte
wir filmten
ihr filmtet
sie; Sie filmten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gefilmt
du hättest gefilmt
er hätte gefilmt
wir hätten gefilmt
ihr hättet gefilmt
sie; Sie hätten gefilmt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde filmen
du würdest filmen
er würde filmen
wir würden filmen
ihr würdet filmen
sie; Sie würden filmen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gefilmt haben
du würdest gefilmt haben
er würde gefilmt haben
wir würden gefilmt haben
ihr würdet gefilmt haben
sie; Sie würden gefilmt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du filme

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/filmen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English