NL: fiksenSynoniemen: klaarspelen, repareren, rechtzetten, maken, herstellen, goedmaken, flikken
ES: fiksen (klaarspelen): arreglarse
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefikst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fiks jij fikst hij fikst wij fiksen jullie fiksen zij fiksen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefikst jij hebt gefikst hij heeft gefikst wij hebben gefikst jullie hebben gefikst zij hebben gefikst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fikste jij fikste hij fikste wij fiksten jullie fiksten zij fiksten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefikst jij had gefikst hij had gefikst wij hadden gefikst jullie hadden gefikst zij hadden gefikst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fiksen jij zult fiksen hij zal fiksen wij zullen fiksen jullie zullen fiksen zij zullen fiksen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefikst hebben jij zult gefikst hebben hij zal gefikst hebben wij zullen gefikst hebben jullie zullen gefikst hebben zij zullen gefikst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fiksen jij zou fiksen hij zou fiksen wij zouden fiksen jullie zouden fiksen zij zouden fiksen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefikst hebben jij zou gefikst hebben hij zou gefikst hebben wij zouden gefikst hebben jullie zouden gefikst hebben zij zouden gefikst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fiks
|