NL: feuilleteren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefeuilleteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik feuilleteer jij feuilleteert hij feuilleteert wij feuilleteren jullie feuilleteren zij feuilleteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefeuilleteerd jij hebt gefeuilleteerd hij heeft gefeuilleteerd wij hebben gefeuilleteerd jullie hebben gefeuilleteerd zij hebben gefeuilleteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik feuilleteerde jij feuilleteerde hij feuilleteerde wij feuilleteerden jullie feuilleteerden zij feuilleteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefeuilleteerd jij had gefeuilleteerd hij had gefeuilleteerd wij hadden gefeuilleteerd jullie hadden gefeuilleteerd zij hadden gefeuilleteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal feuilleteren jij zult feuilleteren hij zal feuilleteren wij zullen feuilleteren jullie zullen feuilleteren zij zullen feuilleteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefeuilleteerd hebben jij zult gefeuilleteerd hebben hij zal gefeuilleteerd hebben wij zullen gefeuilleteerd hebben jullie zullen gefeuilleteerd hebben zij zullen gefeuilleteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou feuilleteren jij zou feuilleteren hij zou feuilleteren wij zouden feuilleteren jullie zouden feuilleteren zij zouden feuilleteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefeuilleteerd hebben jij zou gefeuilleteerd hebben hij zou gefeuilleteerd hebben wij zouden gefeuilleteerd hebben jullie zouden gefeuilleteerd hebben zij zouden gefeuilleteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
feuilleteer
|