NL: fermenterenSynoniemen: fermenten
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefermenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fermenteer jij fermenteert hij fermenteert wij fermenteren jullie fermenteren zij fermenteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefermenteerd jij hebt gefermenteerd hij heeft gefermenteerd wij hebben gefermenteerd jullie hebben gefermenteerd zij hebben gefermenteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fermenteerde jij fermenteerde hij fermenteerde wij fermenteerden jullie fermenteerden zij fermenteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefermenteerd jij had gefermenteerd hij had gefermenteerd wij hadden gefermenteerd jullie hadden gefermenteerd zij hadden gefermenteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fermenteren jij zult fermenteren hij zal fermenteren wij zullen fermenteren jullie zullen fermenteren zij zullen fermenteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefermenteerd hebben jij zult gefermenteerd hebben hij zal gefermenteerd hebben wij zullen gefermenteerd hebben jullie zullen gefermenteerd hebben zij zullen gefermenteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fermenteren jij zou fermenteren hij zou fermenteren wij zouden fermenteren jullie zouden fermenteren zij zouden fermenteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefermenteerd hebben jij zou gefermenteerd hebben hij zou gefermenteerd hebben wij zouden gefermenteerd hebben jullie zouden gefermenteerd hebben zij zouden gefermenteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fermenteer
|