NL: faxenDE: faxen
EN: fax
ES: enviar por fax
FR: télécopier
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefaxt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fax jij faxt hij faxt wij faxen jullie faxen zij faxen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefaxt jij hebt gefaxt hij heeft gefaxt wij hebben gefaxt jullie hebben gefaxt zij hebben gefaxt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik faxte jij faxte hij faxte wij faxten jullie faxten zij faxten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefaxt jij had gefaxt hij had gefaxt wij hadden gefaxt jullie hadden gefaxt zij hadden gefaxt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal faxen jij zult faxen hij zal faxen wij zullen faxen jullie zullen faxen zij zullen faxen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefaxt hebben jij zult gefaxt hebben hij zal gefaxt hebben wij zullen gefaxt hebben jullie zullen gefaxt hebben zij zullen gefaxt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou faxen jij zou faxen hij zou faxen wij zouden faxen jullie zouden faxen zij zouden faxen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefaxt hebben jij zou gefaxt hebben hij zou gefaxt hebben wij zouden gefaxt hebben jullie zouden gefaxt hebben zij zouden gefaxt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fax
|