Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

fatsoeneren vervoegen




NL: fatsoeneren
Synoniemen: bijwerken

DE: gestalten
EN: make decent, freshen up, shape, model

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gefatsoeneerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik fatsoeneer
jij fatsoeneert
hij fatsoeneert
wij fatsoeneren
jullie fatsoeneren
zij fatsoeneren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gefatsoeneerd
jij hebt gefatsoeneerd
hij heeft gefatsoeneerd
wij hebben gefatsoeneerd
jullie hebben gefatsoeneerd
zij hebben gefatsoeneerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik fatsoeneerde
jij fatsoeneerde
hij fatsoeneerde
wij fatsoeneerden
jullie fatsoeneerden
zij fatsoeneerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gefatsoeneerd
jij had gefatsoeneerd
hij had gefatsoeneerd
wij hadden gefatsoeneerd
jullie hadden gefatsoeneerd
zij hadden gefatsoeneerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal fatsoeneren
jij zult fatsoeneren
hij zal fatsoeneren
wij zullen fatsoeneren
jullie zullen fatsoeneren
zij zullen fatsoeneren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gefatsoeneerd hebben
jij zult gefatsoeneerd hebben
hij zal gefatsoeneerd hebben
wij zullen gefatsoeneerd hebben
jullie zullen gefatsoeneerd hebben
zij zullen gefatsoeneerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou fatsoeneren
jij zou fatsoeneren
hij zou fatsoeneren
wij zouden fatsoeneren
jullie zouden fatsoeneren
zij zouden fatsoeneren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gefatsoeneerd hebben
jij zou gefatsoeneerd hebben
hij zou gefatsoeneerd hebben
wij zouden gefatsoeneerd hebben
jullie zouden gefatsoeneerd hebben
zij zouden gefatsoeneerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
fatsoeneer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/fatsoeneren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald