Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

faseren vervoegen




NL: faseren
EN: phase

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gefaseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik faseer
jij faseert
hij faseert
wij faseren
jullie faseren
zij faseren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gefaseerd
jij hebt gefaseerd
hij heeft gefaseerd
wij hebben gefaseerd
jullie hebben gefaseerd
zij hebben gefaseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik faseerde
jij faseerde
hij faseerde
wij faseerden
jullie faseerden
zij faseerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gefaseerd
jij had gefaseerd
hij had gefaseerd
wij hadden gefaseerd
jullie hadden gefaseerd
zij hadden gefaseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal faseren
jij zult faseren
hij zal faseren
wij zullen faseren
jullie zullen faseren
zij zullen faseren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gefaseerd hebben
jij zult gefaseerd hebben
hij zal gefaseerd hebben
wij zullen gefaseerd hebben
jullie zullen gefaseerd hebben
zij zullen gefaseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou faseren
jij zou faseren
hij zou faseren
wij zouden faseren
jullie zouden faseren
zij zouden faseren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gefaseerd hebben
jij zou gefaseerd hebben
hij zou gefaseerd hebben
wij zouden gefaseerd hebben
jullie zouden gefaseerd hebben
zij zouden gefaseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
faseer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/faseren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald