NL: fascinerenSynoniemen: betoveren, boeien, intrigeren
DE: faszinieren, intrigieren, fesseln
EN: fascinate, intrigue, captivate, enchant, enthral
ES: fascinar, intrigar
FR: fasciner, saisir, relier, captiver, prendre, lier, enchaîner, ligoter, obséder, passer les menottes
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefascineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik fascineer jij fascineert hij fascineert wij fascineren jullie fascineren zij fascineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefascineerd jij hebt gefascineerd hij heeft gefascineerd wij hebben gefascineerd jullie hebben gefascineerd zij hebben gefascineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik fascineerde jij fascineerde hij fascineerde wij fascineerden jullie fascineerden zij fascineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefascineerd jij had gefascineerd hij had gefascineerd wij hadden gefascineerd jullie hadden gefascineerd zij hadden gefascineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal fascineren jij zult fascineren hij zal fascineren wij zullen fascineren jullie zullen fascineren zij zullen fascineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefascineerd hebben jij zult gefascineerd hebben hij zal gefascineerd hebben wij zullen gefascineerd hebben jullie zullen gefascineerd hebben zij zullen gefascineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou fascineren jij zou fascineren hij zou fascineren wij zouden fascineren jullie zouden fascineren zij zouden fascineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefascineerd hebben jij zou gefascineerd hebben hij zou gefascineerd hebben wij zouden gefascineerd hebben jullie zouden gefascineerd hebben zij zouden gefascineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
fascineer
|