NL: falsificerenSynoniemen: logenstraffen, vervalsen, falsifiëren, namaken, nabootsen, kopiëren
EN: falsificeren (vervalsen): forge, falsify, counterfeit, imitate
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefalsificeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik falsificeer jij falsificeert hij falsificeert wij falsificeren jullie falsificeren zij falsificeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefalsificeerd jij hebt gefalsificeerd hij heeft gefalsificeerd wij hebben gefalsificeerd jullie hebben gefalsificeerd zij hebben gefalsificeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik falsificeerde jij falsificeerde hij falsificeerde wij falsificeerden jullie falsificeerden zij falsificeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefalsificeerd jij had gefalsificeerd hij had gefalsificeerd wij hadden gefalsificeerd jullie hadden gefalsificeerd zij hadden gefalsificeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal falsificeren jij zult falsificeren hij zal falsificeren wij zullen falsificeren jullie zullen falsificeren zij zullen falsificeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefalsificeerd hebben jij zult gefalsificeerd hebben hij zal gefalsificeerd hebben wij zullen gefalsificeerd hebben jullie zullen gefalsificeerd hebben zij zullen gefalsificeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou falsificeren jij zou falsificeren hij zou falsificeren wij zouden falsificeren jullie zouden falsificeren zij zouden falsificeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefalsificeerd hebben jij zou gefalsificeerd hebben hij zou gefalsificeerd hebben wij zouden gefalsificeerd hebben jullie zouden gefalsificeerd hebben zij zouden gefalsificeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
falsificeer
|