NL: facturerenSynoniemen: gefactureerd
DE: fakturieren, anrechnen
EN: invoice, charge, bill
FR: facturer, compter
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefactureerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik factureer jij factureert hij factureert wij factureren jullie factureren zij factureren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefactureerd jij hebt gefactureerd hij heeft gefactureerd wij hebben gefactureerd jullie hebben gefactureerd zij hebben gefactureerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik factureerde jij factureerde hij factureerde wij factureerden jullie factureerden zij factureerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefactureerd jij had gefactureerd hij had gefactureerd wij hadden gefactureerd jullie hadden gefactureerd zij hadden gefactureerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal factureren jij zult factureren hij zal factureren wij zullen factureren jullie zullen factureren zij zullen factureren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefactureerd hebben jij zult gefactureerd hebben hij zal gefactureerd hebben wij zullen gefactureerd hebben jullie zullen gefactureerd hebben zij zullen gefactureerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou factureren jij zou factureren hij zou factureren wij zouden factureren jullie zouden factureren zij zouden factureren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefactureerd hebben jij zou gefactureerd hebben hij zou gefactureerd hebben wij zouden gefactureerd hebben jullie zouden gefactureerd hebben zij zouden gefactureerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
factureer
|